Louwke en Marieke van Loon
bereiken de gouden mijlpaal
van het huwelijk
T
Bij Rabasta in Alphen steken ze xveer de handen uit de mouw
r
ONS WEEKBLAD’ - VRIJDAG 4 JUN11993
PAGINA 9
toen reeds zelf onderge-
Louwke op de Centrale Stanzerij:
P.G.
50 Jaar geleden.
we tenslotte ergens op een ons be
kend punt kwamen. Maar... het was
intussen licht geworden en we durf
den met de suiker op onze nek niet
verder. Iemand kwam toen op het idee
om de suiker te verstoppen en hem ‘s
avonds op te halen. En aldus geschied
de. ‘Ik geloof niet’ zei Lou dat er ooit
iemand zóveel voor heeft moeten doen
om zes gulden te verdienen want meer
hadden we per man niet. Maar tja, je
was jong en wilde ook wel eens wat...
Wij gingen met dit smokkelverhaaltje
dus even terug naar de prille jeugd
van de gouden bruidegom. Terug weer
naar de oorlog.
(foto: Th. de Graaf, Riel)
het huis op orde houden, kortom een
lawine van werk kwam op haar af.
Van een jeugd met louter vrij- en blij
heid was dus geen sprake, want een
heel huishouden regelen, wanneer je
nog maar dertien bent, is eigenlijk een
te zware belasting.
KERSEN ZIJN RIJP
Nog steeds staat in dit verhaaltje de
vraag overeind hoe is ‘t gekomen?
Hoe begon de romance tussen een
Alphens meske en een jongen uit
Molenschot. Ging Marieke misschien
naar St. Anneke voor ‘n manneke?
Nee dus.
Het is eigenlijk een beetje moeilijk uit
te leggen, want er is nooit een echt
begin geweest. Niettemin willen wij
een poging doen om de ingewikkelde
knoop te ontrafelen. Wij vertelden
reeds dat Marieke en haar zuster Jo
door een nichtje van hen werden groot
gebracht. Dat nichtje nu was een hal
ve zuster van Lou, namelijk een doch
ter van de vader van Lou uit een eer
der huwelijk. De moeder van die nicht
was een zuster van de vader van Ma
rieke en heette dus ook van Loon.
Toen de vader van Lou opnieuw
trouwde en kinderen kreeg werd de
nicht van Marieke dus een halfzuster
van Lou en ze zijn zodoende totaal
geen familie van elkaar. Waarschijn
lijk zal de lezer zich nu achter de oren
krabbelen en nauwelijks weten wat
hij gelezen heeft. Het is inderdaad
zeer moeilijk maar het is niet anders.
Om die reden kwam Lou heel af en
toe wel eens op Kwaalburg, maar voor
DE GROTE DAG
De grote dag nadert nu snel. Volgen
de week dinsdag 8 juni is het zover.
Dan zal het paar in optocht naar de
kerk worden gebracht, waar om half
elf een H. Mis uit dankbaarheid zal
worden opgedragen. Schrik hebben
ONDERDUIKER
In 1942 kreeg Lou van de moffen te
horen dat hij naar Duitsland moest
om te gaan arbeiden in de oorlogsin
dustrie ‘mooi niet’ zei Louwke. Hij
liet heel braaf op het arbeidsburo in
Gilze zijn papieren in orde maken,
compleet met stempels, maar daar
bleef het bij. In plaats van op de trein
te stappen dook hij onder. Achteraf
moet hij bekennen dat hij een heel
onvoorzichtige onderduiker is ge
weest. Hij had toen reeds verkering in
Alphen waar hij regelmatig te vinden
was. Sterker nog hij trouwde zelfs als
onderduiker en had zelfs op de dag
van zijn huwelijk zó opgepakt kun
nen worden. Hij had nog wel gepro
beerd om valse papieren te bemachti
gen, maar de man die daar voor kon
zorgen was
doken.
Marieke had hij toen totaal geen oog.
Hij ging in die tijd veel liever uit met
zijn kameraden dan een poging te doen
een meisje te versieren. Op ‘n goeie
dag nu vond Lou een briefje in de
bus. Er stond niet veel op: ‘Kersen
zijn rijp, kom je plukken?’ De stille
wenk werd meteen door Lou begre
pen, want hij ging inderdaad kersen
plukken. En toen is de romance tus
sen die twee begonnen en stoomde hij
met grote regelmaat naar Alphen.
Op 8 juni, hartje oorlog en bovendien
nog onderduiker ook, werd er ge
trouwd en kwam Lou op de boerderij
van Marieke thuis om die samen met
de vader van zijn jonge vrouw te be
boeren. Het was toen dat hij alsnog
valse papieren trachtte te krijgen, het
geen dus mislukte.
Het krasse paar.
GROOT GEBRACHT
DOOR NICHTJE
Het is zo’n beetje een traditie dat,
wanneer een paar de drempel van goud
passeert, dat dan hun doopceel wordt
gelicht. Waar komen ze vandaan? Wat
deden zij in ‘t leven voor de kost en
hoe en wanneer kruiste hun levens
pad?
Wel, het gouden paar dat thans voor
het voetlicht wordt gehaald werd ge
zegend met vijf kinderen, één jongen
en vier meisjes. Ze werden groot
ouders van acht kleinkinderen, twee
jongens en zes meisjes.
Oma Marieke is een echte Alphense
en is geboren (wat weinigen zullen
weten) in de Zandstraat. Kort na haar
geboorte verhuisde haar ouders naar
Baarle waar haar enige zusje werd
geboren. Toen werd dit jonge gezin
netje getroffen door een ramp. Moe
der overleed. Marietje was toen am
per twee jaar. Vader van Loon keerde
niet zijn twee dochtertjes terug naar
de ouderlijke boerderij op Kwaalburg.
Zij en haar kleinere zusje Jo (de vrouw
van Sjef Kools) werden groot gebracht
door een nicht uit Molenschot. Dit
nichtje trouwde toen zij, (Marieke)
dei tien jaar oud was en van toen af
stond zij als oudste van de twee alleen
voor het huishouden. Koken, wassen,
OORLOG
Lou komt uit het land van St. Anneke.
Molenschot dus. Hij stamt uit een
gezin van negen kinderen. Hoewel ze
bij hem thuis een boerderij hadden
plus een tuinbouwbedrijf heeft hij ei
genlijk nooit thuis geholpen maar
steeds op een ander gewerkt. Pas der
tien jaar oud werd hij te werk gesteld
bij de bouw van ‘t huidige Piusoord.
Hij reed daar met paard en kar grond
weg en later voerde hij bouwmate
riaal aan. Daarna ging hij werken op
een leerlooierij in Rijen. Er was intus
sen een oorlog gaan dreigen en hij
werd onder de wapenen geroepen. Op
het moment dat de oorlog daadwerke
lijk uitbrak was hij gestationeerd na
bij het vliegveld van Ypenburg. Zon
der te weten wat er gaande was zagen
ze daar in de vroege morgen van 10
mei (het was nog maar amper licht)
uit overvliegende vliegtuigen een wolk
van parachutisten naar beneden ko
men. ‘Oorlog’ riepen zij ‘het is oor
log’. Lou heeft eigenlijk nooit begre
pen hoe het precies gegaan is, maar
de Duitsers gaven zich zonder slag of
stoot over. Ze waren met honderdvij-
fentwintig man en wij met veertig...’
aldus Lou. Ze lieten zich gewoon
krijgsgevangen maken. Wij droegen
onze gevangenen over aan een andere
veel grotere groep militairen. Een paar
dagen later hoorden wij de vermoede
lijke reden waarom zij zich overgege
ven hadden zonder te vechten. Ze
wilden geen doden of gewonden ris
keren omdat ze wisten dat hun gevan
genschap slechts van héél korte duur
zou zijn. En dat. is uitgekomen. Na
drie dagen waren wij krijgsgevange
nen. Wij lagen op dat moment bij een
boer op zolder te slapen, na drie nach
ten geen bed tc hebben gezien. Om
vier uur in de morgen kregen wij te
horen dat Nederland zich had overge
geven. De oorlog voor ons was voor
bij. Wij ontgrendelden onze geweren
en gooiden ze in ‘t water. Tot onze
verbazing werden we niet weggevoerd
maar kregen van de Duitsers opdracht
de overal verspreid liggende parachu-
ten op te ruimen. Daarna moesten wij
onder toezicht van de vijand onze ei
gen munitiedepots bewaken. Dat al
les duurde zo ongeveer drie weken en
mochten daarna op eigen gelegenheid
naar huis.
De verhalen van andere militairen die
ik later hoorde waren vaak van een
geheel andere strekking. Velen wer
den naar Duitsland getransporteerd en
keerden soms na maanden pas uit hun
krijgsgevangenschap terug. Andere
konden na hevige gevechten waarbij
doden en gewonden vielen, ontko
men.’ Tot zover de herinneringen van
Lou aan de eerste ontmoetingen met
de vijand.
‘TIMTAX’
Hun trouwdag, zo weten Louwke en
Marieke zich nog te herinneren was er
een van regen en nog eens regen. Om
foto’s te laten maken moest men naar
Tilburg en wel met de ‘Timtax’. De
‘Timtax’ was een dicht rijtuig van
taxibedrijf ‘Timmerke’ die toen ech
ter al geen auto meer had. De koetsier
was Kees Thijssen. Het feest duurde
tot ‘s morgens 4 uur, want van 9 uur
‘s avonds tot 4 uur ‘s morgens was het
spertijd en mocht er niemand buiten
komen. Kameraden van Lou uit Rijen
kwamen gratis muziekspelen. 'Ik zie
ze nog komen’ zei Lou. ‘Een van hen
had een grote trom achter op zijn fiets
gebonden en de ander had een trek-
harmonica op zijn rug. Ze waren tot
op hun huid nat. want het had onder
weg de gehele tijd geregend. Eten was
er volop want we hadden heel goed
en op tijd gezorgd dat er iets te slach
ten was.’
Lou bleef samen met de vader van
Marieke op de boerderij werken tot
een eindje na de oorlog. In 1946 ging
hij naar de Centrale Stanzerij waar hij
maar liefst 37 jaar zou blijven, ‘s
Morgens en ‘s avonds bleef hij helpen
op de boerderij. Tot 1958. Toen ging
de boerderij over in andere handen en
kochten Lou en Marieke een huis aan
de Baarleseweg, waar ze dus nu al 35
jaar wonen en thans dus genieten van
hun levensavond oftewel, het dessert
van ‘t leven.
ze van die dag niet want de organisa
tie is bij Rabasta en de kinderen in
goede handen, hoewel, een beetje
spannend vinden zij het wel. Van zes
tot half acht is er in zaal Welkom een
receptie gepland. Eerder op de dag zal
door de buurt een cado worden aan
geboden en is er een kleine zanghul-
de. Kortom het wordt voor het paar,
de kinderen, de kleinkinderen en ver
dere familie een onvergetelijke dag.
Hopelijk treffen ze beter weer dan 50
jaar geleden.
Aansluitend aan deze dag zal er op
zaterdag 12 juni in de garage van Jac
Kennes een groot feestelijk bal wor
den gehouden. Omdat het gewoonlijk
pas later op de avond extra druk wordt
zal er op verzoek van half 8 tot half 10
aangepaste muziek gedraaid worden
voor de dansgrage ouderen. Die voe
len zich vaak niet zo goed thuis tus
sen dat jong geweld. Vandaar dus voor
hen ‘n paar speciale uren, verzorgd
door Joh. de Draaier. Ook dan reeds
zijn de jongeren van harte welkom.
Kunnen zij de ouderen eens bezig zien.
Tot slot wensen wij Lou en Marieke
mede namens Ons Weekblad van har
te proficiat en nog vele fijne en vooral
gezonde jaren.
SMOKKELEN
Op de vraag aan Lou of hij ooit iets
spannends had meegemaakt behalve
dan het gevangen nemen van Duit
sers, kwam hij meteen met smokkel
verhalen. Wanneer je in de oorlog als
jongeman niet af en toe een beetje
smokkelde dan telde je niet mee en
had je ook nooit geld. Hij vertelt dan
hoe ze ooit meerdere malen te voet
van Molenschot naar Meerle gingen
om shag te gaan halen. Soms namen
ze dan bollen kaas mee om die tegen
shag te ruilen. Daar was een mooie
cent mee te verdienen en dat kwam
goed van pas want de pinten bier
werden, (wanneer ze tenminste nog te
krijgen waren) steeds duurder. ‘Een
van ons’ zei hij ‘is op ‘n nacht bijna
verdronken. Hij tuimelde in een kuil
vol ijskoud water. Resultaat: zes we
ken het bed in met een levensgevaar
lijke longontsteking.’
Maar ook vóór de oorlog reeds ging
Lou zo af en toe wel eens smokkelen.
Het ging toen om suiker die in België
precies de helft kostte van in Holland.
Ook de suiker werd gehaald in Meer
le. Lou was pas 14 jaar en hoorde hoe
andere jongens regelmatig naar de
grens gingen en vandaar ook altijd
geld hadden. Helaas ik had geen be
ginkapitaal. We spraken met vieren af
om thuis geld los te krijgen om zo
doende te kunnen beginnen. Bij de
andere drie lukte ‘t niet. Bij mij, na
heel dikwijls vragen, uiteindelijk wel.
Ik kreeg 25 gulden maar moest die zo
snel mogelijk teruggeven. De suiker
kostte 30 ct de kilo. We konden dus
80 kg suiker kopen en hielden dan
nog één gulden over. Wij op weg.
Een van ons had een mondharmonica
bij en speelde er met het heengaan
lustig op los. Tegen de avond kwa
men we in Meerle aan. We lieten per
man 20 kg afwegen; wachtten tot het
donker was en vertrokken richting
Molenschot, waar we de suiker voor
60 ct per kg kwijt konden. We zouden
met vieren samen 24 gulden verdiend
hebben. Maar tja, we moesten eerst
maar eens proberen om, zonder de
suiker kwijt te spelen, in Molenschot
te komen. Wij konden niet zomaar
gewoon over de weg lopen en zoch
ten vandaar binnenwegen. Soms zelfs
ging het dwars door de bossen. En
waar we eigenlijk al een beetje bang
voor waren, we verdwaalden. We
wisten totaal niet meer waar we wa
ren. Uren en uren liepen we rond tot
Rabasta maakt zich wederom op voor op een grootse wijze een
gouden bruiloft te vieren. Ditmaal is het Louwke van Loon (73) en
Marieke van Loon (71) die door de buurt op 8 juni a.s. in de
bloemetjes zullen worden gezet. Lou en Marieke zijn, wat jeugdig
heid betreft, een zeldzaam stel. Nergens is aan hen te zien dat zij
reeds vijftig jaar een paar zijn. Ze zijn nog de dartelheid zelve.
Altijd bezig en bijzonder aktief. Neem nu Lou. Hoe vaak zie je hem
niet met zijn groot ras van ponypaard en zijn platte wagen naar zijn
akkertje rijden aan de Chaamseweg. En de meeste keren in een
statige draf. Dit om het verkeer op de drukke Baarleseweg niet te
veel op te houden. Hij kweekt daar groenten. En niet alleen voor
hun tweeën, nee de gehele familie eet mee. ‘Laat onze pa maar doen’
zeggen ze ‘hij is er tevreden mee en zijn paardje en zijn akkertje
moet je hem niet afnemen, want dan gaat ie dood.
En Marieke? Marieke doet thuis wat nodig is en wanneer het zo
uitkomt helpt ze Lou met het oogsten van de groenten. Ze hebben
‘t stik goed die twee. Maar wanneer er iets voor de ouderen te doen
is, mogen de koeien in de kolen staan, maar dan laten ze vallen wat
ze vast hebben. Genieten van ‘t leven zolang ‘t nog kan, vinden ze
uitermate belangrijk. Nu bijvoorbeeld het fietsseizoen van de oude
ren weer is aangebroken zijn ze iedere week gegarandeerd van de
partij, terwijl Marieke daarnaast nog iedere week mee gaat zwem
men en volksdansen. Kortom een zeer kras gouden stel. En ze doen
precies waar ze zin in hebben. En zo hoort het!
II
iMl
s
4