Alphenaar Marco Bernaerts
weer terug uit Hercegovina
/Pk
gr
z
O
z
I n»
I ««Lt
‘t Was mooi, maar zes maanden is echt lang genoeg
1
-
r
xii
ONS WEEKBLAD’ - VRIJDAG 4 JUN11993
PAGINA 11
beurt, en wie tegen wie vecht.
tron. Mijn ouders hebben mij dan ook
Luieren op bed en proberen de tijd door te komen.
P.G.
HïH flffl
Het hoofdkwartier in Kiseljak.
ETEN
Praat me niet over het eten zegt Mar
co. Niet te vreten, dat wil zeggen het
middagmaal. Wij hadden Deense koks
en wat die met het vlees uitspoken om
niet te laten smaken, dat weet ik niet,
maar wij aten het met lange tanden.
Echt vies. Brood ging nog wel dus
honger hebben we nooit geleden. Eén
geluk hadden wij, er was de moge
lijkheid om etenswaren van thuis te
ontvangen en wij hadden een magne-
komen. Want Nederland zagen zij als
een hemel op aarde. En ze meenden
het echt!
van alles gestuurd. Knakworstjes,
pakjes soep, kortom allees wat niet
bederfelijk was. Je begrijpt dus dat
we reikhalzend uitzagen naar post uit
Nederland. Niet alleen voor wat be
treft brieven en kaarten die ik in gro
ten getale mocht ontvangen (bedankt
iedereen), maar ook wat voor lekkers
er weer in de pakketjes zou zitten.
Vandaar dus dat het een ramp voor
ons was wanneer er weer eens een
paar dagen niet werd gevlogen.
En nu ben ik thuis. Mijn diensttijd zit
erop. Vorige week maandag ben ik
thuisgekomen. Ik ben blij weer in
Alphen te zijn. Het was mooi, maar
zes maanden is echt lang genoeg.
Voorlopig heb ik nog vakantie want
pas op 17 juli zwaai ik officieel af.
Dan moet ik nog even terug naar mijn
onderdeel en krijg ik nog een medail
le van verdiensten. Ik heb dan in to
taal vier herinneringen want ik heb al
een medaille van de VN. Het is een
soort tevredenheidsbctuiging. Verder
liet Marco ons nog twee schitterende
oorkonden zien. Het zijn blijvende
herinneringen aan een zonder meer
bewogen periode uit zijn jeugdig le
ven. Hij is tot nog toe de enige Alphe
naar die met eigen ogen de machte
loosheid in het voormalige Joegosla
vië heeft gezien. De onzinnige strijd
in een verscheurd land, waar de vrede
nog lang niet in zicht is. Een oorlog
die niemand begrijpt.
VRIENDEN
Toen wij daar in dat hoofdkwartier
zaten opgesloten kregen we heimwee
naar de eerste maanden dat wij.daar
zaten. Toen genoten we nog een grote
mate van vrijheid. Samen met mijn
vriend uit Duiven ben ik tweemaal op
vakantie geweest in Split waar tot
heden toe nog niet gevochten is. Ui
teraard gingen we in burgerkleding.
Je kunt daar niet heen als militair. Het
vliegtuig daarheen was voor ons gra
tis. Wij hebben toen heel veel gezien
en het deed ons deugd dat wij even uit
dat muffe hoofdkwartier weg waren.
Van 17 februari tot 9 maart ben ik met
verlof thuis geweest. Toen ik na uit
bundig carnaval vieren weer terug
moest, was dat wel eventjes slikken.
Terug naar het land waar die smerige
oorlog heerst. Maar toen ik daarginds
mijn kameraden weer zag, was er toch
weer blijheid in mijn hart. Het is ver
bazend hoe snel je vrienden maakt in
dienst. Je steunt mekaar en wanneer
er iemand is die het wel eens moeilijk
heeft, kan hij rekenen op een schou
derklopje.
Wij waren ook zeer bevriend met twee
Moslims die heel vaak in het hoofd
kwartier kwamen om kopieermachi
nes te repareren. Ze mochten eigen
lijk niet in het hoofdkwartier over
nachten. maar de nachten dat zij dat
wel deden waren legio. Beiden heb
ben beloofd dat, wanneer ze de oor
log overleefden (ze woonden in Sara
jevo), ooit nog eens naar Nederland te
Marco in aktie.
INGEWIKKELDE OORLOG
Toen ik op 30 november vorig jaar
voor zes maanden naar het voormali
ge Joegoslavië vertrok, wist ik totaal
niet wat me te wachten stond, zo ver
telt hij tijdens een interview dat wij
met hem hadden. Wij hadden al wel
het een en ander gehoord en wisten
dus wel dat het aldaar vöor ons niet
ongevaarlijk was. Ook wisten wij dat
we daar niet heengezonden werden
om te vechten, hoewel, je kon nooit
weten hoe de aldaar woedende oorlog
zich zou ontwikkelen en wij toch in
het nauw gedreven zouden worden.
Dus met enig risico moest wel reke
ning worden gehouden. De oorlog
daar is niet gemakkelijk te begrijpen
wantje hebt er te maken met Serviërs,
Kroaten en Moslims en iedereen vecht
tegen iedereen. Wat vroeger buren en
vrienden waren, zijn nu vijanden. Tij
dens de opleiding werd ons haarfijn
uitgelegd wat van ons Nederlanders,
plus nog een groot aantal andere na
tionaliteiten, verwacht werd. Zo werd
o.m. genoemd het beveiligen van hulp
konvooien, en transporten met
vrijgelaten krijgsgevangenen. Contro
le op het luchtverkeer en vooral ook
berichten doorsturen per radio en fax.
Vooral met dit laatste heb ik het meeste
te maken gehad.
Op 30 november vertrok ik dus met
nog een paar honderd Nederlanders
per vliegtuig van Schiphol naar Za-
Marco Bernaerts uit Alphen is weer terug op het ouderlijk nest op
de Boslust. En hij is blij. Blij omdat hij héél veel heeft gezien en ook
blij omdat hij het er heelhuids vanaf heeft gebracht. Het waren zes
fantastische maanden zegt hij, maar ‘n half jaar is echt wel lang
genoeg. De spanning en het nieuwe ebt een beetje weg en soms ga
je je afvragen, wat doe ik hier in dat kruitvat van het voormalige
Joegoslavië. Maar tja, ik had er zelf voor gekozen. Normaal zou ik
twaalf maanden in dienst hebben gemoeten en nu ben ik er met
negen maanden vanaf. Drie maanden opleiding en zes maanden
naar een gebied waar van alles kon gebeuren. Ik heb er geen
moment spijt van gehad dat ik mij destijds vrijwillig heb gemeld.
Integendeel. Wanneer je ‘t avontuur zoekt moetje dat doen vóór je
getrouwd bent. Zo’n negentien a twintig jaar is de aangewezen
leeftijd: althans zo vind ik.
fen. Zo werd er, zoals ik al zei voor
ons een uitgaansverbod afgekondigd
en mochten we noch overdag noch ‘s
nachts buiten komen. Altijd binnen
blijven is iets vreselijks. Ook de be
volking van Kiseljak mocht van die
dag af niet meer de straat op en werd
het voor hen heel moeilijk om bood
schappen te doen. Bovendien hadden
de Kroaten in de plaatselijke winkels
alle sigaretten in beslag genomen, puur
alleen maar om te 'katten’. Het was
ook toen dat ineens zomaar de Kroa
ten tegen de Moslims begonnen te
vechten. Het is heel moeilijk om te
begrijpen wat daar in dat land g<y
ALARM
Veel mensen hebben me reeds ge
vraagd wat ik van de gevechten heb
gemerkt. Nou, niet veel. Af en toe
hoorden we ver weg de explosies van
inslaande mortiergranaten en soms
ook voelden wij de trillingen. Sinds
april gierden er af en toe straaljagers
over die het luchtruim moesten bewa
ken. Maar dat was het wel zo’n beet
je.
Ik heb kortbij nooit geen mortiergra
naten in zien slaan, behalve dan toen
we naar huis vertrokken. Wij stonden
in Sarajevo te wachten op het vlieg
tuig dat ons naar Schiphol zou bren
gen. Er sloegen toen in de omgeving
van het vliegveld enkele granaten in
en het gerucht ging dat het vliegtuig
niet zou vertrekken. Maar omdat het
verder rustig bleef, verliep alles vol
gens plan.
Het hoofdkwartier waar we lagen had
eigenlijk geen echte schuilplaats. Wij
hadden de instruktie bij eventueel
alarm in de gangen te gaan liggen.
Dat waren de veiligste plaatsen. Er
waren twee alarmfases. Geel en rood.
Wij hebben éénmaal zo’n fase mee
gemaakt. Dat was vlak na Nieuwjaar.
Er was die nacht een laag sneeuw
gevallen van precies een meter dik...
Ongelooflijk. Toen gold fase geel. Wij
renden naar de gangen, nadat wij ons
volledig bewapend hadden. Compleet
met helm en kogelvrijvest aan. Er was
op het hoofdkwartier bericht binnen
gekomen dat de Serviërs het hotel
wilden opblazen. Dat was uitermate
spannend maar er gebeurde niks. Bij
fase rood gold hetzelfde maar dan
moesten wij ons'gereed houden om te
‘verkassen’. Maar die fase is er in het
halfjaar dat ik daar ben geweest, nooit
geweest.
Na die keer dat er fase geel was, wer
den er dus op het hoofdkwartier een
aantal veiligheidsmaatregelen getrof-
HOOFDKWARTIER
Ik kwam in Kiseljak terecht in het
hoofkwartier van de VN. Het was een
oud hotel dat door de Denen en de
Noren omgebouwd was tot een soort
bunker met wacht- en uitkijkposten.
In dit hoofdkwartier zaten 12 nationa
liteiten met in totaal 394 militairen
waarvan 58 Nederlanders en 18 Bel
gen. Engels was er de voertaal, maar
je hoorde er alle talen door elkaar.
Ook alle belangrijke hoge pieten had
den daar domicilie. Zo ook bijvoor
beeld de Franse VN-generaal Philip
Morillon, die regelmatig contact had
met de leiders van alle strijdende par
tijen. Je ziet hem regelmatig op de
televisie. Hij is een onverschrokken
held.
Ik kreeg in dat hoofdkwartier een
baantje bij de telefoon en de fax. We
waren 7 dagen en 8 uur per dag in
touw. Soms kon je niet bijblijven,
zóveel berichten moesten er verzon
den worden en dan weer hadden we
dagen lang niks te doen en verveelden
wij ons gruwelijk. Ontspanning was
er niet veel. Je had een fitnesscentrum
en een bar. Maar dat was dan ook
alles.. De eerste maanden konden wij
nog wel eens gaan stappen maar de
laatste tijd was er dat niet meer bij. Er
gold een algemeen uitgaansverbod.
Wij mochten niet meer buiten het hotel
komen en voelden ons in een gevan
genis zitten. Wij gingen ons buiten de
diensturen nóg meer vervelen en wa
ren dan ook erg blij dat er bij die 12
nationaliteiten ook een aantal vrou
welijke militairen waren, waar we
gezellig mee konden babbelen. Probe
ren te babbelen dus, want de conver
satie moest in het Engels en dat viel
niet altijd mee. Niettemin hadden wij
met die meisjes enige afleiding. Een
vriend van mij, een sergeant uit Dui
ven en ik waren nogal vaak te vinden
in de nabijheid van twee Deense meis
jes. Hartstikke leuke grieten waar wij
het heel goed mee konden stellen. We
hebben samen heel wat afgelachen.
Die sergeant uit Duiven die samen
met mij is afgezwaaid is mij met de
Pinksterdagen komen opzoeken. Ik
denk dat we blijvend vrienden zullen
blijven.
Wanneer we vrij waren lagen we veel
al op ons bed te lezen of hingen wat
rond in de bar wachtend of de post
iets zou brengen. We lagen met 8
militairen op één kamer en het duurde
veelal uren voordat iedereen sliep.
Marco rechts) in gesprek met een meisje uit Denemarken. Ze kijkt erg verliefd,
maar... heeft al een vriend. Links Marco’s vriend uit Duiven.
greb. Dat is minder ver dan velen
denken, want na anderhalf vliegen
waren wij er al. In Zagreb moesten we
overstappen op een vliegtuig dat ons
naar Sarajevo zou brengen. Dit is ei
genlijk maar een heel korte tocht, maar
omdat die over heel gevaarlijk gebied
ging, vloog het vliegtuig hetemaal
langs Split om en duurde de vliegrit
even lang als van Schiphol naar Za
greb.
In Sarajevo ligt het vliegveld dat al
meerdere keren is gesloten omdat er
vlakbij soms hard wordt gevochten.
Onze landing verliep echter voorspoe
dig en wij merkten niks van de oorlog
die daar vlak bij aan de gang moest
zijn.
Sarajevo was nog niet onze eindbe
stemming, want wij zouden gestatio
neerd worden in Kiseljak, zo’n 25 km
van Sarajevo. Het vervoer ging dat
laatste stuk met drie pantservoertui
gen die de gehele dag op en neer re
den. Regelmatig ook reed er een ge
pantserde postwagen die de post van
het vliegveld over moest brengen.
Soms sloeg deze postwagen wel eens
een dag over vanwege het vele schie
ten in de omgeving. En dat vonden
wij heel erg want dan was er geen
post en post krijgen was heel belang
rijk voor ons. Ik heb ook steeds Ons
Weekblad ontvangen zodat ik op de
hoogte bleef van wat er in Alphen en
omgeving zoal reilde en zeilde.
1
j
Op vakantie in Split.
I
■y
WN