I I i I DE FS NSOOS I I I I I I i I I I I i i I I I I 5 I ®S9 I I I i I - I I I «Si ons er aan klap in De luitenant j aan- dat de deze 1 'ken naar hen op. „Je had <ikaar niet, Frenchie?” zei ,wat hadden jou een paar aan we uit het recht tegenover Notre z< 1 te wijd open. Rodgers A laar de sergeant haal- I volvet uit zijn schou- i Amerikaanse jor Eindelijk vroe’ sergeant?” De sergeant i er van- nam de en- de golf- Op het divisie-hoofdkwartier trok de gene- boord-radio. „Ik dij al op ons zullen liever het zekere drukte zijn gezicht rand van de periscc Er bewoog zich nie| de/gang tegemoet te j stc nd de sergeant I ten verliepen maar I schien was er tóch I schien was het tóch st< djes. De sergea 1 Fiansman aan de 1 kanonsaffuit, De ogij den wijd open toe l periscoop. 1 De sergeant zei: „WVell Frenchie, ik geloof dat je toch gewonrci je zit geen artillej hadden we allang ,rt jou, sergeant?” riep ge art keek naar beneden, les xertellen wat mij man- z i 'ransoos heeft zich bij even naar v. :n< spost brengen. Well, in, naar het zou nooit in n. en om over de radio j ié en dorp van de kaart Lui familie woont er im ine dat maar eens te istej'de- In de verte hoorde beginnen. Een scherp fluiten verscheurde de lucht en in het stadje spron gen even later l.ischuldig uitziende rookwol ken uiteen. Zil hé orden de donder van de explosies, die riet meet zou afbreken. ■J ling van lijntjes panf serluiken e| het aardig voc de sergeant ko honderd Amerrlintn meer of minder kunnen sche en. We stKcea de rivier over of we al dan liet deze Diit. e gluuraap uit zijn schuil hoek Lebben gelei:eten, zei de generaal im- En daaropltad jij je plannetje gebouwd! rijg wel voor jullie gewon- luitenant was krijtwit, i i woord. „Voorwaarts, de sergeant. De motoren j 'e Fransman liet zich in l 1 )e luiken sloten zich l n de mannen. Sergeant Irug van zijn hand de I wierp er een snelle blik ft angzaam vooruit. Zij jming van de bomen. over de j uw tankbeman- ning mee te geven,” zei hij kalm. „U spreekt dus Engels,” antwoordde de kapitein cynisch. Hij verbaasde zich over niets meer. Ergerde zich alleen gruwelijk. Zo zag je weer dat je van die buitenlanders nooit op aan kon. Hij nam zijn kaartentas van de schouder en spreidde de kaart op de grond uit: „Ik weet niet wat ze u op het stafkwartier verteld hebben,” zei hij, „maar ik Zit hier al een paar dagen en ik weet toe vallig wel iets van de streek af. Hier (en hij veegde met zijn wijsvinger een denkbeeldige streep over de kaart in de richting van de rivier) loopt onze voorpostenlijn. Daarachter zit je tot aan de nekharen in de Krauts. En die Duitse jongens zijn niet mak. Overal 8.8 luchtafweerkanonnen ingegraven. Daar komt geen tank door. Waarom sturen ze geen infanteriepatrouilles?” „Geen tijd, kapi tein!” zei Ward. De kapitein zei niets an ders dan: „Oh!” Hij wist dat het opnieuw om mensenlevens zou gaan, en ditmaal om de levens van zijn eigen bemanning. Lui tenant Cortot liet zich op zijn knieën zakken en wees met zijn vinger op de kaart. Er is een weg,” zei hij. „Hier!” De kapitein ge loofde er geen steek van. De sergeant nog minder; op de kaart stond op de plaats waar de luitenant wees, slechts een groene warre en cirkeltjes aangegeven; bosterrein. Daar was geen weg, zelfs geen paadje! „Ik heb als kind gespeeld,” zei de lui tenant, „een tank kan er doorkomen.” „Ja toen u nog een kind was,” spotte de kapitein, „maar nou bent u geen kind meer, luitenant. Daar zitten Krauts, weet u? Zij hebben het land op jullie veroverd, en nou kreperen wij Amerikanen om jullie deze rottige oorlog te helpen winnen. De luitenant sprong op of hij een zijn gezicht had gekregen. Zelfs in het sche merige licht kon de sergeant zien hoe wit zijn gezicht werd. „Ik geloof dat de bemanning de tank moet gaan klaar maken,” zei hij kalm. „Wij vertrekken zo gauw het donker geworden is.” De zon was weggezonken. Een natte kou leek uit de grond omhoog te stijgen, in de verte, over de rivier, flikkerde de weerschijn van het mondingsvuur der artillerie, „Waar wachten we nog op?” Dat was Rodgers, die in zijn stuurstoel zat weggedoken. „Ik dacht dat Frenchie zei, dat we 'm zouden smeren als het donker was.” „Zeker van gedachten veranderd,” zei Bojinsky. „Misschien is Frenchie op het idee gekomen dat het bij nader inzien de moeite toch niet loonde zijn eigen huid te wagen om een paar honderd Yankees in het leven te houden.” Hij draaide zich half om en keek omhoog in de pantsertoren, waar sergeant Ward in zijn smalle stoeltje naast de afuit van het kanon geperst zat. „Wat denk jij er van, sarge. Trekt Frenchie er tussenuit? „Ik zie hem al met zijn smoesje bij de generaal aankomen,’ zei de sergeant. „Hou je mond s even. Hij zette de radio aan. Na een minuut drukte hij de knop op de microfoon in en zei: „Dog Mike Nan, hier King Fox George, over.” Er was het gezoem van een zender, die werd ingeschakeld, achter in het legerkorps- stafkwartier: „Hier Dog Mike Nan. Roger. Wij blijven op post.” De sergeant hing de microfoon op en liet de ontvanger ingeschakeld staan. Hij werd ongedurig. Het was nu al een half uur don ker en ze hadden het camouflagenet nog niet eens van de tank getrokken. Toen klonk uit het duister de stem van de captain:: „Waar om is het net er nog niet af”. De luitenant die naast hem stond, zei niets. Plotseling hoorden de mannen een motorengezoem en opeens hingen er blauw-witte zonnen in de lucht. „Ben ik even blij dat de luit ons nog even onder de dekens heeft gehouden, jon gens!” zei Rodgers vol ontzag voor de Frans man. Maar de sergeant had de pest in omdat de Fransoos zijn captain onzacht op een blunder had attent gemaakt. Toen het vliegtuig verdwenen was, haai den zij het net van de tank. De sergeant liet zich op zijn stoel in de toren zakken. Hij schakelde de boordradio in: „Versta je me Rodgers?” „Okay, sarge!” „Daar gaat ie dan!” Hij deed net of de luitenant, die aan de andere kant van het kanon zat, niet bestond en commandeerde de tank zelf. De Frans man protesteerde niet, hij zette rustig zijn valhelm op. Rodgers startte de motoren. „De weg op tot onze versperring,” zei de sergeant, „vandaar af moet Frenchie zelf maar zien wat hij doet.” Het kon hem niet schelen of de Fransman hoorde wat hij zei. Het lawaai van de dreunende motoren en de ratelende kettingen maakte je langzaam murw. Rodgers en Bojinsky reden met hun luiken open, hun valhelmen staken juist bo ven de voorzijde van de tank uit. Zij be- t hebt. In dat stadje van J,--vaarnemer, want dan Leer vuur gelegen.” Hij had een leeg gevoelï'n zijn maag. Als ze hier 1zou de Fransoos nog ■1< ar er was iéts in het n an dat hem verder zijn i f De luitenant duwde zijn eldkijker en tuurde in 1 c af hij de kijker aan de je microfoon. Sh er King, Fox George.” ?g< beuren?” de sergeant j de toren. lu .te op de knop: „Vuur I De sergeant begreep jr.-n: „de serenade” ging ver- om de identificatie- r de luitenant kon geen Sergeant Ward greep en mere Wij zouden de ci nen hebben.” „Wat mankil Boji tsky De se| „Ik :al 's pre| keer-ei hij. ,1 tngedrongen.fi-. Ij 2 ju ons wel die Duitse waan:® dal heeft hij gcdl zijn kop zijn opij ordi r te geven zj te I lazen; zijn ei mer B ijinsky’s mono vloe kte hartgrond de «en vervaarlijk derl olster en richlte het wapen op de lui tena nt. „Ik loop deflea ts om hiervoor voor de krijt sraad te moejn komen als we het er leve-id afbrengen, jdr mchie,” zei hij, „maar we rijden nou op »ni n verantwoording het ope i veld naar degst d op. En als we vuur krij< en, dan vraag Ik de legerkorpsartellerie aan. En probeer bele tten.” Het gezicht van maar hij gaf geen 1 Rodgers,” snauwde» kw; imen op toeren. zijn stoeltje glijden! bo\en de hoofden 'I Ward duwde met periscoop omhoog el door., De tank gleel ver lieten de beschd „B ijven rijden,” be jal de sergeant ik niet dat ze meteen ja eten, maar ik neem ohet onzekere.’ Hij en de sponsrubber- b Het stadje bleef stil. I De tank leek zijn on- jeden. Het koude zweet I 1 et voorhoofd. Minu- L gebeurde niets. Mis lij observatiepost. Mis te i van de twee andere keek steels naar de !'a tdere zijde van de j /an de luitenant ston- I eze op keek van zijn aai de andere kant leek een |hti tg te slaken. tei ig in de dekking van het I ra -.aten spuwden reusachtige ikke geelwitte mist achter 1 et n goede kans, veilig naar bz ;ergeant voelde zich opge- ...'1en lachen tegelijk. Toen |da( ht hij aan de Fransman naast zich. „Ik hnc :t u mijn excuses aanbie den...” begon lil, mJn oprechte excuses...” p°' 'rde hem niet. Zijn ge dachten waren Ibij eeiï kleine stad op een groene heuvel. „Ik had ongel k,” zei de sergeant, „onge lijk in een hoopt di igen, ik heb tot nou toe een verkeerd ide jgt had van het Franse volk” De Fransman J ei niets. „Ik had die c gezien, waar di( zandhaas op mijn dak te sturen!” Hij spuwde raaftnet een forse zwaai van het rode krijt i vuur. Op het gezicht van de luitenant bleek drie cirkels rond drie stadjes op de stafkaart. geen spoor van enige verrassing. De divisie- „Hier hier of hier.” zei hij, „heeft de commandant gaf order mij vijand een artellërie-waarnemingspost. Wij wetért niet waar. Luchtverkenning heeft geen opheldering kunnen verschaffen. Infanterie patrouilles konden en kunnen niet zover doorstoten.” De generaal monsterde de vier kerels die voor ihem stonden. Zijn blik bleef ten slotte rusteh op de franse luitenant. „Daarom, luitenant Cortot, heb ik uw divisiecomman- dant gevraagd, u ter beschikking te willen stellen. „Yes, sir!” zei de Fransman met een schodl-Engels accent. „Kent u de situatie??’ „Gedeeltelijk, géneraal.” De; drie andere mannen wisten van niets. Hun tank was nog geen uur geleden uit een voorpostenstelling teruggehaald en zij hadden opdracht gekregen zich onmiddellijk bij het divisie-hoofdkwartier te melden. Het waren frontsoldaten. Bij hun verkenningscompagnie hadden zij nooit een hoger dier dan een kapitein gezien. Zij keken een beetje on wennig naar de beide zilveren sterren op de schouders van de generaal. Daar stond korporaal Rodgers, de tankbestuurder. En zijn maat Bojinsky, wie niemand meer iets kon léren over het behandelen van een 30 mm-machinegeweer. En ten slotte sergeant Ward, die achter het vizier van zijn tank- kanon meer verkenningen had meegereden dan hij. zich met plezier herinnerde. Hij had veel gezien op deze veldtocht dwars door Frankrijk. Maar hij was nog nooit op het hoofdkwartier van de divisie geweest en hij stelde er ook helemaal geen prijs op. En op de Fransman evenmin. Als hij dan al een speciaal karweitje op zou moeten knappen, dan moesten ze hem zijn eigen bemanning laten uitzoeken; hij wilde met Amerikaanse jongens op pad. Intussen legde de generaal de situatie uit. De hele; pantserdivisie was opgehouden vóór de rivier. Reeds gisteren had een brugge- hoofd aan de andere zijde moeten zijn ver overd,., maar telkens wanneer de genie trachtte een verbinding met de andere oever tot stand te brengen, had de vijandelijke artillerie hen in het water geblazen. Daarbij kwam dat de Duitsers snel versterking voerden naar de bedreigde punten en d. toestand hachelijk zou worden, wanneer troepen in stelling Zouden Kunnen gaan voordat de Amerikaanse divisie de rivier overgang zou hebben af gedwongen. „Korpo raal Rodgers, Bojinsky, sergeant Ward, ik heb een beroep op jullie gedaan, omdat jullie mij als de beste tank-bemanning in mijn divisie bent aanbevolen/’ besloot de divisie- commandant. Bojinsky grinnikte. Rodgers keek ernstig. De sergeant wou dat hij eens flink op de grond mocht spuwen. Als een generaal zich de moeite gaf om een doodgewoon soldaat op de schouder te kloppen, dan moest er wei een vuiltje aan de lucht zijn. Toen vroeg hij: „Moeten wij alle drie de stadjes verkennen generaal?” „Neen, er gaan drie bemanningen. Alle drie blijven jullie in voortdurende radiover binding met de legerkorpsartillerie. Blijkt jullie doel de Duitse waarnemingspost, dan geef je dat onmiddellijk door. Legerkorpsartellerie! Dat kon maar één ding betekenen: „een serenade”. Alle vuur monden,van het hele legerkorps gericht op één doel, wachtend op het sein om los te branden. Dat zou een lawaai geven. Maar waarom moest deze Fransman mee? De ser geant voelde niks voor buitenlanders. En helemaal niet van het soort buitenlanders, dat hun oorlogen door anderen liet uitvech ten. Alsof hij de gedachten van de sergeant kon lezen zei de generaal: „Luitenant Cortoc kent deze streek goed. Hij komt daan” De sergeant zei niets. Hij velop met de radio-oproepletters en lengten in ontvangst. In een jeep reden zij gevieren naar de regimentscommandopost en werden vandaar uit naar hun eigen compagnie gebracht; de tanks en gepantserde voertuigen stonden in een halve cirkel aan de rand van een groot open terrein als praehistorische beesten, nóg vreemder van vorm door de camoufagenetten die er overheen waren gehangen. De jeep ploegde over het veld en stopte naast een tank waarbij in de avondschemering een donkere figuur stond. Het was een grote kerel met vermoeide ogen. Hij had een stuk kaas in een oliezwarte hand en keek zijn mannen aan. „Well?” zei hij. De sergeant gaf zijn compagniescomman dant de envelop, De kapitein probeerde de brief met één hand open te maken. Tenslotte slingerde hij het stuk kaas weg, hield het papier dicht bij zijn ogen en las. Even later vroeg hij bars: „Wie is die luitenant Cor tot?” Sergeant Ward knikte in de richting van de Fransman. Cortot klom uit de jeep en meldde zich. De kapitein staarde hem aan. Toen vloekte hij: „Dat ontbreekt er nog maar aan; wat bezielt ze eigenlijk; mij een I ering in de kirktoren niet Duitse waarnemer zat. U had hem in de {ga. en. U hebt een bende ens het leven gered.” dc luitenant: „Hoor je iets, heelhuids uitkwam het laatst lachen, gezicht van de Fra mond deed houden lu k open, greep ei de verte. Ten slot se geant en greep j ,Dog Mike Narj ,Wat gaat er spiong overeind ij 1 )e Fransman. Roodafgevel wat er ging gebl begj men. Aan del r dere zijde klonk het zoek van het Leg® k jrps code te seinen, ig u r woord meer zeg de microfoon enjiitp: „Blijf luisteren,” richtto vervolgen;| veldkijker op het stadje. Hij z; g de strael;'en de huizen. Zijn blik bleef ten slotte gp de toren gericht. Rodgers, ter-.Sj j aar het bos!” schreeuwde hij toen Daarof(|z zht hij als een razende in de lijst met lelie)en cijfers, die aan de radiozender buifcge Je; vond het kengetal en gaf dat door asfi; 1 et Legerkorps. De artille- riecomman lant zucht van xerl.j De tank waj bos. Eigen ro< 1j paddestoelen v( hen; zij hadde huis te komen, kikkerd. Hij zlu willen huilen j aan g c :t u mijn excuses aanbie- reikten de wegversperring en de sergeant controleerde de tijd: 21.00 uur.. Als zij geen Duitse patrouille zouden ontmoeten, konden ze tegen middernacht vlak bij het doel zijn. Als... Zij verlieten de weg en kropen langzaam door het open veld op een donkere plek af, hoogstwaarschijnlijk een bosrand. „Ik hoop dat de Krauts hier geen mijnen hebben lig gen,” zei Bojinsky door de boordradio. Toen de stem van de luitenant: „Langs de bosrand verder rijden, tot ik geef waar je af moet draaien. Als bos komen, staan we Dame de Catel.” „Tegenover wat?” zei de sergeant, „Zo heet het dorp,” zei de luitenant, Notre Dame de Catel”. Er verliep een uur. De sergeant werd er zich plotseling scherp van bewust, dat zij met hun lichte tank midden in vijandelijk gebied zaten e# dat de Duitsers wel niet zouden liggen slapen. Hij werd zenuwachtig en zijn ogen deden pijn van het turen naar de bosrand. Hij was eigenlijk op gelucht toen hij de Duitse vrachtauto zag, die uit het bos kwam. Rodgers stopte de moto ren, nog voordat de luitenant er bevel toe kon geven. Bojinsky’.s hoofd dook weg en er klonk een klik van zijn machinegeweer. De stem van de luitenant leek hees: „Niet schieten!” Sergeant Ward richtte zich ver stoord op vanachter zijn periscoop, maar een bgenblik later wist hij: de luitenant had ge lijk. De Duitser had hen niet gezien en ver dween in de verte. Een salvo van hun kanon zou hem buiten gevecht hebben gesteld, maar de patrouille zou mislukt zijn. In de boord radio hoorde men alleen Bojinsky’s hijgen. De stilte in de tank leek uren te duren. Toen klonk het commando: „Rijden!” Zij bereikten de bosrand en de luitenant zei: „Verder gaan we niet.” Hij wees in de duisternis. „Vóór ons ligt een stuk open ter rein van een halve kilometer tot aan de eerste straten van het stadje.” „O ja?” zei de sergeant bitter, „en we moeten het dus maar van hieruit bekijken?” „Juist,” zei de luitenant,-„en daarom wach ten we tot het morgenvroeg licht wordt.” Langzaam verging de tijd. De sergeant zat er over te piekeren, dat ze het tóch zover geschopt hadden: midden in het van Duitsers vergeven terrein stonden ze hier met een lichte tank rustig op het aanbreken van de dag te wachten om een Frans dorp te bekij ken. Hij voelde dat hij meehielp ettelijke Amerikaanse levens te sparen. Alleen de vervloekte eigenwijze Fransman zat hem dwars. Die had het torenluik geopend en tuurde de duisternis in. „Luitenant, zei u niet dat u hier in de buurt gewoond hebt?” Dat was Bojinsky, die zich op de afdekking van de rupsketting had gehesen. De luitenant scheen uit het verleden terug te keren. Toen zei hij: „Ja, ik heb hier in de buurt gewoond.” „Ik woon in Detroit,” zei Bojinsky pein zend. „Natuurlijk heel wat anders dan deze Franse stadjes en dorpen, maar ik wil toch ook wel weer naar huis. Hebt u nooit last van heimwee, luit, hier in uw eigen land? De luitenant leek het woord te proeven. Toen zei hij langzaam: „Ja, ik heb wel eens heimwee.” Maar Bojinsky hield aan: „Hoe ziet uw vaderstad er uit. luit, vroeg hij. De luitenant dacht na. „Het is maar een klein stadje.” zei hij toen, „het ligt op een heuvel en er rondom zijn groene dalen. Er Is een witte kerktoren als een waarschuwen de vinger en aan de noordkant een stenen muur tegen de koude bergwind, en de men sen die er wonen lijken op de mensen in alle steden ter wereld, eenvoudige, brave men sen.” „Dat lijkt precies op mijn eigen geboorte plaats in Oklahoma,” zei Rodgers, die zich nu ook in het gesprek mengde. Zo praatten zé verder en ook sergeant Ward dacht aan thuis en hij,haatte de Fransman, omdat die in zijn eigen land rondliep, niet eens ver van huis en dus geen recht had over heimwee te praten. Eindelijk werd de horizon in het Oosten bleek. Het was koud en de mannen in de tank voelden de nervoziteit in hun keel om hoog kruipen. De sergeant nam de microfoon en riep het Legerkorps op. In de koptelefoon antwoordde een neusstem: „Hier Dog Mike Nan, wij wachten op u. Dat klopte dus. „Ik zie ’t stadje,” zei Bojinsky opeens. De sergeant zette de kleine dynamo aan, waar door de geschutforen gedraaid kon worden. ..Maak je machinegeweer in orde. Bojinskv. zei hij. Bojinsky gromde iets terug. De ser geant richtte zich in de toren op en keek naar de in de verte oprijzende heuvel. Hij greep de veldkijker en bracht die voor zijn ogen. Het stadje sprong dichterbij. Aan dé noordzijde was een muur, de kleine straatjes liepen omhoog naar een kerkpleintje en daar stond de witte toren „als een vermanende vinger,” had de luitenant gezegd. Het was de geboorteplaats van de luitenant. Wards hart leek ijs te worden en smolt toen van woede. Hij duwde de kijker in de handen van de Fransman en snauwde: „Hier Fren-hij de „serenade] chie, kijk nog maar eens goed voor dat het tegen de wereld gaat!” De luitenant scheen deze woorden eerst niet te begrijpen. Rod gers en Bojinsky kwamen overeind in hun

Kranten Regionaal Archief Tilburg

Baarle-Nassau - Baarl’s Nieuws en Advertentieblad | 1950 | | pagina 3