Wij leveren U Leon NZEFEUILLET Emiel de Jong van EEN ERFSTUK. .gHaeren Delahaut Ernst of luim. Mijn Hoekje* ■I Verantwoordelijk voor den geheelen inhoud Em. de Jong, Spoorstraat A 66, Baarle-Nassau. Uitgave: Drukkerij Em de Jong, Baarle-Nassau P 1804jl, begaf mij ter ruste. Een uur later werd ik gewekt door den oppasser; vader was uit zijn sluimering niet weder ontwaakt: hij was overleden. Inmiddels had dokter dupre den notaris onverhoeds aangevallen, hem de porte- die ze bevatte verwijderd. De oude man werd den volgende mor gen sprakeloos aan den weg gevonden. Het mocht dokter dupre niet gelukken hem te doen herstellen Wordt vervolgd. Schrijfblocs, Luxe schrijfpapier, Enveloppen, Mappen schrijfpapier, Rekeningenblocs, Kwitantieblocs, Kantoorboeken, Kasboeken, Cahiers, Notitiegfoed, De gezondheidstoestand mijns vaders werd met den dag ongunstiger. Dokter dupre voorzag dat hij den winter niet zou doorkomen. Mijn gewezen gouverneur diende maatregelen te nemen om weldra met vrucht de zoon te kunnen plukken, zooals hij ’t tot hiertoe den vader had ge daan. Ge kunt u dus zijn schi ik voorstellen toen op zekere avond vader na eene he vige benauwdheid zijn voornemen te kennen gaf mij te onterven en mij slechts een jaargeld te vermaken, en daarbij de daad bij het woord voegende terstond iemand om den ouden Lemarc zond. Dat testament moest, het kostte wat het het wilde, onschadelijk gemaakt worden! Als ik onterfd was, welk voordeel zou er dan van me te halen zijn? Dupre kwam op mijne kamer om mij 't noodlottig nieuws mede te deelen. Ik schrikte niet bijzonder, daar ik, door al wat ik ondervonden had, vrij ongevoelig was geworden. Op zijne vraag wat ik nu dacht te doen, antwoorde ik bedaard. Niets! Niets? schreeuwde dupre, ge zult dus lijdelijk toelaten, dat hij u tot een bede laar maakt? Ik heb geen lust u verder te antwoor den, zei ik uit de hoogte. Ik ken u het recht niet toe, u met onze familie-aange- legenheden te bemoeien. Toen keerde ik hem den rug toe. Grijns lachend ging hij heen. 10 Eenige tijd later leende ik 800 frans. Dumont liet mij nu stukken teekenen, waarin als de geleende som 1300 frcs. stond opgegeven. Nu staat alles op een paar stukken, zei- de hij lachend. Dat vereenvoudigd de ad ministratie. Zoo ging het voort tot ik in tien keeren 8000 francs ontvangen had; waarlijk geen groote som voor een bemiddeld edelman! Tot nog toe was ik nooit met Dumont alleen uitgeweest; steeds geschiedde dit in gezelsdhap van Dupré. Maar op zekere avond werd Dupre ongesteld, althans hij hield zich zoo. Hij lag op eene sofa; Du mont beklaagde hem en ried hem te bed te gaan. Dupre weigerde op grond, dat ik dan van zijn gezelschap zou verstoken zijn. Ge zult toch den baron zeker toestaan, madame Fiora te gaan hoorerR vraagde Dumont. Ónmogelijk, antwoordde Dupre, de jonker blijft hier. Ik zal hem gezelschap houden. De jonker is aan mijne hoede toevertrouwd onder beding, dat ik hem nimmer alleen zal laten. En hoe oud is mijnheer de baron? viaagde dumont. Tweeëntwintig jaar, mijnheer! Maar wat gaat u dat aan? O niets! Tweeëntwintig jaar! Het zal mij verwonderen of mijnheer de baron zich als een schoolknaap zal gedragen of als een man. Niet als een schoolknaap, riep ik. Kom mijnheer dumont, we gaan Fiora hooren. Waarachtig, ge begint me te bevallen! lachte dumont. Dupre ge zult u een an deren voedsterling moeten aanschaffen, om aan den kost te komen. Dupre scheen wanhopend! Mijn vader zou alles weten! Op mijn hoofd zou alles neerkomen. Op straat gekomen, zei dumont, dat er geen madame Fiora bestond, maar dat hij me eens zou laten zien, hoe hij rijk was geworden. Schoorvoetend ging ik mede; ’t was mij of mij een ramp boven het hoofd hing. Na een half uur traden wij een onaan zienlijk gebouw binnenvan binnen zag alles er echter rijk en sierlijk uit, dumont bracht mij in een kleine, kamer, waar aan eenige tafeltjes een tiental heeren, zonder een woord te spreken kaarten om keerden. Ze hadden ieder een stapeltje goudgeld naast zich liggen en 't was ver wonderlijk hoe snel die stapeltjes hooger en lager werden. Dumont haalde een paar goudstukken uit zijn vestzak te voorschijn en plaatste zich tegenover een oud heer aan een der tafeltjes Binnen een kwartier had hij vijf tien goudstukken gewonnen. Wilt gij ook eens? vragde hij lachend. Ik heb er niet op gerekend! zeide ik. Hier hebt ge honderd francs; ge kunt ze me straks teruggeven. Ik aarzelde. Maar plots viel mij in, dat ik, zoo ik gelukkig was, dumont wat op de 8000 francs kon afdoen. Ik nam de honderd francs en daar ik ’t spel nog niet kende, keerde dumont de kaarten. Toen wij ’s nachts te drie uur huis waarts keerden had ik ruim 500 frs, ge wonnen. Ik gaf dumont de geleende 100 francs terug en verzocht hem den vol genden avond de schuldbekentenis mee te brengen om daarop 300 francs af te schrijven. Ik wil niet meer van u leenen zeide ik. ’t Is vreemd, maar ik gevoel op’eenmaal berouw dat ik het tot nu toe telkens heb gedaan. Gekheid! zei dumont. Maar ik zal de schuldbekentenis wel meebrengen! Hij deed het echter niet. Drie weken duurde de ongesteldheid van Dupre. In dien tijd was ik bleek en mager geworden. Met steeds’ grooter hartstocht gaf ik mij over aan het spel. Op één avond won ik 3000 francs. Maar aan ’t einde der drie weken be droeg de som, die ik van dumont had geleend, 25000 francs! Er kwam een brief van mijn vader, met bevel terstond te huis te komen. De reden wilde vader mij liefst mondeling mede- feuille ontrukt en zich met de papieren, deelen. Ik vermoedde wel, dat ditdupre’s werk was maar ik koesterde de hoop dat mijn schuld aan dumont vader onbekend zou blijven, omdat dupre daar niets van wist. Die hoop bleek ijdel. Reeds voor mijne tehuiskomst had vader van dumont be richt ontvangen, dat hij in het bezit was van zijn zoon, tot een gezamelijk bedrag van 125.000 francs, en reeds had vader onzen notaris, den ouden heer Lemarc te Tours last gegeven voor de betaling te zorgen. Zes weken later kocht dupre eene bouwhoeve voor 50,000 francs, ’t Was velen een raadsel, hoe hij aan zooveel geld was gekomen. Ik echter vermoedde de waarheid. Hoewel volgens zijn zeggen ter wille van de admistratie de geheele 25,000 frs. op één paar stukken was ge komen, had dumont geen der andere schuldbekenteuissen vernietigd, maar zich den geheelen bundel laten betalen en de winst met zijn medeplichtige ge deeld. ketjez, nachtponne, pipamas, babbe ceep, penojaz overhauls, laakkens, keep met kapu zijn en bedegoed voor lit-chamau, lidsperaa, licenau en lisino. Andere woorden, waarover herhaaldelijk ge struikeld wordt, leverden o.a. de volgende bloemlezing: invoormasiez, ripperasie, hiegie- jeine, conzelazipolau (consnltatie-bureau), slui- taasie en petrolnyum. Intusschen was Lemarc gekomen met de getuigen. Dokter dupre verzocht den oppasser zich te vejwijderen, schikte de kussens, beloofde na ’t vertrek van den notaris nog even te komen zien en verliet de kamer. Ook moeder had zich verwij derd, ze wilde geen getuige zijn van mij ne onterving. Daarop ging de dokter naar zijn broeders kamer, opende het venster en lette nauwkeurig op wanneer Lemarc weder vertrok. Ofschoon we slechts op een kwartier asfands van de stad woonden, stond ons kasteel toch te eenzaam, dan dat men dupre in het oog zou krijgen. Maar al had iemand hem daar zien staan, zijne defti ge kleeding en zijn maatschappelijke stand hadden hem toch wel gevrijwaard tegen verdenking. Eerst vertrokken de getuigen; een kwartier later de oude notaris met eene portefeuille onder den arm. Nu ging dok ter dupre nog even naar vader kijken, liet mij roepen om vader gezelschap te houden en vertrok. Toen ik de ziekenkamer binnentrad pre velde vader eenige onverstaanbare woor den; daarop sliep hij in. Na eenige minu ten riep ik den oppasser, ging moeder zeggen, dat vader was ingesluimerd en Distributie-humor. De ambtenaren staan voor vele puzzles. Het invullen der talloozeformulieren van de distributie blijkt voor menigeen een schier on overkomelijke hinderpaal aldus lezen wij in het »N - en A.bl van Harlingen”. Hier volgt een greep uit het overstelpende materiaal der ingevulde formulieren, waaruit blijkt, dat taal onderricht, ook voor, de „rijpere” jeugd, drin gend noodig blijkt. Het woord ’s-Gravenhage, dat op de betreffen de „vermeliers” minstens 2 maal gedrukt voorkomt wordt toch nog op de meest grillige wijze vervormd tot Schaffenhagen, Schavenha- gen of Sghavmhagn, terwijl er nog tientallen andere combinaties van dezen blijkbaar moei lijken plaatsnaam voorkomen. De namen der maanden goed te schrijven, schijnt evenmin mee te vallen, zooals blijkt uit de volgende bloemlezing der gevonden namen: Jauniwarie, Vebruewaari* Aribril Noie Ceptember, Orpober, Auwgustus en November. Velen blijken ook met de spelling van hun eigen beroep overhoop te liggen en schreven, eluktustien, elictisein, petroleau-venster, con- serge, transtrupurbeider, losch arebeider, vabrieksarbetser, mashinalen houdwerker, restandknecht (restauraht-kuecht), tuinder knecht, box coopoperateur (waarschijnlijk: boekcolporteiubelastingconsument (eet sma kelijk, ambtenaar, particulier dedective, werk in ripeaacie, werkplaats van aatoo’s en ande re afwijkingen Vitrage, het moeilijke woord. Bij de aanvraag van textielgoederen z-jn de ontsporingen talrijk, hetgeen met de vele vreemde woorden niet zoo verwonderlijk is. In het bizmdor het woord „vitrage” dat in dezen schoonmaaktijd op zoo vele vrouwenlippen zweeft, heeft al heel wat verwarring gebracht als: filtraase, fiderace, itraaci, vitrafzie, vitra- cie. vieteraages, feteratie, fietteraasje, vieer- auche en fitiaser. Voorts zoeke de lezer maar eens uit, wat be doeld wordt met, rectwaars, camezals, kama- zooltjes, floerkleet, kobbertkomsteun, kouw. sen, vermeltjes mesjesterbroek, bustrokje, la- O, die vragen! Bij het beatwoorden van vragen werd o a. op de vraag: in welke verhouding staan de on derstaande personen tot het gezinshoofd ge vonden: uitstekend, wettelijk, laat niets te wenscben over, en alleen ’s avonds. Op de vraag: wat is uw beroep? werd o.a. geantwoord: fooien, gepysneert willekeurig, of scharrelaar. De vraag: welke bewijsstukken kunt u over leggen? werd beantwoord met: ik kan je gloov niet geeven. Op een vraag omtrent de ligging van het perceel werd ingevuldwind, veel wind, straffe wind en in een bedstee. Men ziet hieruit dat de distributieambtena- ren dikwijls voor heel lastige problemen ko men te staan, waarbij vergelekt n de oplossing van een schaakprobleem werkelijk in het niet zinkt Vorige week gaf de Texelsche Crt. een over weging van den gevleugelden raad van den Bond zonder Naam „Ruim al je ruzies op.” Wij laten ze hier volgen, vergezeld van den wensch dat ze vele veeten moge uitroeien om plaats te maken voor werkelijke naastenliefde. Een veete heeft zich in de plaats van de vroegere vriendschap gedrongen Een jaar, meerdera jaren gingen voorbij. U zag elkander nog wel, maar deedt alsof u elkander niet zag. Van groeten was geen sprake meer. En wan neer een derde u over den voormaligen vriend sprak, dan gaaft gij in ’t gunstige geval een koel ontwijkend antwoord. Voor u was hij de schuldige. Voor hem waart gij het. En het mokken en wrokken duurde voort over en weer. Totdat hij u plotseling in den weg kwam, bij een gemeenschappelijke kennis, in een gezel schap, of bij een gelegenheid, welke het on mogelijk maakte elkander niet te zien, of voor bij te loopen Pro forma en beleefdheidshalve omdat het nu eenmaal niet anders kon, werd er dan een groet gewisseld, een woord gespro ken ’t ging vlotter dan u gedacht had. Er wer pen zelfs meer woorden gesproken. Het kwam tot éen formeel en informeel gesprek en het drong eensklaps tot u door, dat hij eigenlijk zoo kwaad niet was. Zoudt u hem dan toch verkeerd beoordeeld hebben? Misschien dacht hij wel hetzelfde van u Na een half uur was er reeds een andere stemming gekomen. Een andere en een betere. En u nam van elkander afscheid met het steeds sterker wordend besef, dat het toch wel wat heel mal was geweest, zoolang een veete te hebben onderhouden, die zóó weinig reden van bestaan had. Rookt: BAARLS ROEM

Kranten Regionaal Archief Tilburg

Baarle-Nassau - Baarl’s Nieuws en Advertentieblad | 1942 | | pagina 4