KNIPPATRONEN VOORJAARSKLEEDING ONZER DOCHTERS BETOOVERING. ONZE FEUILLETON II. in mijn inspecteurswoning. En toch, toen ik de zaal binnen- nentrad, was het geheele gezelschap verdwenen als een geestverschijning Ik vroeg den justitieraad naar deze snelle verdwijning; hij haalde de schouders op. Het is morgen, de gasten zijn dus naar huis gegaan, hoort u het rollen der vertrekkende rijtuigen niet? Ook het mijne is voorgereden tot ziens mijnheer Sternlein! Hij vertrok; nu was ik geheel al leen, niemand meer in de zaal. Daar voelde ik een handdruk, die mij een rilling door de leden joeg Nogmaals mijn hartelijke geluk- wensch, mijnheer Sternlein, zei dok ter Asmodee. Nu is u een rijk grond eigenaar, en we zullen samen huis houden. goed-inspecteur. Ik weet niet recht, hoe ik mij tegenover hem moet ge dragen, want ik hoorde tot voor kort zelf nog tot dit soort van nietsbezit- tende landheeren. In elk geval weet hij dit, en ik vrees dat hij het noodi- ge respect voor mij niet heeft; in stilte houdt hij mij voor zijns gelijke. Daarbij is mijnheer Stutter een zeer deftig jongmensch, met een sierlijk baardje en elegante manieren, en wanneer hij zoo van het paard stijgt, gelaarsd en gespoord, houdt ieder een hem voor een grondbezitter. Ik neem een voornaam air aan, om te toonen dat ertusschen Sternlein van heden en Sternlein van vroeger een verbazendekloof licht ten einde elke vertrouwelijke toenadering te voor komen; ik geef mijn bevelen stellig en kort, en huichel somtijds met zijn handelingen niet tevreden te zijn, slechts om mijn wil door te zetten en hem van boven af een verwijt te doen. Hij neemt dat aan met een hoffelijkheid, die mij verbittert; ik vermoed daarbij allerlei boosaardige gedachten, als wilde hij zeggen: Beste collega, ik merk wel dat je je het air wilt geven alsof je nooit op den schimmel van je maandsalaris in den zak, over het veld gedraafd hebt; nu, wat mij betreft, ik wil je de grap niet bederven. Ik bemerkte nu eerst, dat mij iets ontbrak, wat onontbeerlijk voor het landbouwbedrijf is: bedrijfskapitaal. Ik deelde Asmodee mijn ontdekking mede; hij haalde de schouders op. Dat kon men mij evenmin schenken als de intelligentie van den degelij- ken grondeigenaar, meende hij; het was geheel mijn zaak, ik moest mij weten te helpen. En ik hielp zelven, met de eerste aanzieniijkehypotheek op te nemen. De justitieraad, die mij daarbij behulpzaam was, knikte mij 11 goedkeurend toe. Dat is geen schuld maken, zei hij; men moet de koe voederen, wil zij melk geven; de op brengst vermeerderd en dan stoot men de hypotheek spoedig weder af. Asmodee zeigrinnikend, toen ik hem de meening van den justitieraad me dedeelde: Ja, ja, men stoot die af, als het hert zijn gewei; in den regel groeit er evenwel een grooter en sterker in de plaats. Een landgoed zonder hypotheek is iets, dat het medelijden opwekt; het ziet er uit, of geen mensch er vertrouwen in stelt; het maakt den indruk van hul peloosheid. Het ziet er zoo kaal uit als een kamerheer zonderridderorde Een zeer gewichtige gebeurtenis was mijn bezoek bij den rijken ma- joraatsheer Von Fielitz, die mij bij de eerste ontmoeting niet erg aan stond; hij scheen mij zoo stijf, zoo ongenaakbaar, die groote man. Hij had iets zwaarwichtigs in zijn bewe gingen en in zijn spreekwijze; vooral scheen hij zich van gewone sterve lingen zonder langen stamboom zoo ver mogelijk verwijderd te houden. Ik voelde geen aandrang hem op te zoeken, doch de beleefdheid dwong mij daartoe; hij was toch in dien ge- denkwaardigen nacht bij mij ge weest, als gast van den justitieraad of lieveralsmijngast, wantdeschen- kingsacte was reeds opgesteld en zonder het te weten was ik eigenaai en gastheer. Ik vatte dus moed en liet mijn rij tuig inspannen om naar den heer Von Fielitz te gaan. Het was reeds laat in den middag; ik meende hem op deze tijd zeker zal treffen. Toen ik een uur gereden had, bemerkte ik de eerste gebouwen; het moest een reusachtige bezittingzijn. Mijn koet sier lichte mij in; hij was op de hoog te. Een oude bezitting, maar storm- Vele weken zijn verloopen sedert mijn laatste aanteekeningen. Een grondeigenaar heeft te veel bezig heid, te veel verstrooiing. Ik heb vroeger soms diep nagedacht over kleine gebeurtenissen en allerlei min of meer verstandige opmerkingen daaromtrent neer geschreven. Dat komt mij nu alleszooonbeteekenend voor, mijn horizon heeft zich ver ruimd. Met den justitieraad ben ik bij de rechtbank geweest; alles is daar nu wettelijk in orde gebracht. Buiten de pandbrieven, tot een bij de wet vastgesteld bedrag, rust er geen hy potheek op mijn bezitting en zij mo ge al niet omvangrijk zijn als het mij in den aanvang toescheen, het is toch een flink landgoed, welks op brengst door vlijt en overleg nog kan stijgen. Ik moet beksnnent dat iets mij pijnlijk is; het verkeer met mijn land- vast; de gebouwen allen mal meest prachtige vierkanten mei groote binnenplaats. En ook dl ningen der beambten. Een lange kastanjelaan vl naar het slot van den heer Vonl litz, dat zich indrukwekkend ol prachtig, met beelden versierdl ras verhief. De heer Von Fielitl tehuis, er waren zelfs vele bezoel Vlak achter mij reed een al equipage; het stelde mij eenil gerust, dat dieookgeen wapen 1 maar zij was wel prachtiger dl mijne, doch ook haar ontbral hoofdzaak. De kleine dikke heel uitstapte, had iets baardelool ademloos, men kon hem de bul lijkheid aanzien, die evenwell zeker met reusachtige geldzal toegerust was. Wanneer menl leeuwenmanen heeft, moetecl minste de kauwinstrumenten, I mede men de wereld voor zijnl noegen verslindt in ordezijn, a:l past men niet in de kooien derI gere maatschappelijke menagl De kleine heer was in ieder gevl bankier. Ik was verrast door de buitel woon vriendelijke ontvangst, dit van den huisheer ten deel viel, dat nog dezelfde toegeknoopte joraatsheer, wiens beeld mij s| dien bewusten nacht zeer terug! tend voor den geest stond? Zijn zengestalte was leenig geworden boog en bukte,en maakte mij op wijzen de moeite om tot hem o| zien gemakkelijk, er zweefde lachje om zijn breeden mondl hij tot mij zeide: Het treft uitstel dat u nu komt, u blijft mijn gast het avondeten. Ik verbind daal meteen een baatzuchtig doel. Wordt vervolg Ik moet bekennen, zei ik, dat dok ter Asmodee voorloopig mijn sym pathie niet bezit, hoewel hij een zeer geestig heer schijnt te zijn, en als de keus aan mij stond, zou ik mij een anderen boezemvriend zoeken; doch daar ik hem nu eenmaal moet over nemen met den overigen inventaris van dit riddergoed, waarop zich al lerlei niet genoteerde schepselen in bosch en grond bevinden, welke ook mijn sympathie niet bezitten, zooals kruisspinnen en adders, aarzel ik niet deze voorwaarde aan te nemen. Maar hoe zou het moeten gaan, wanneer dokter Asmodee mij de ver vulling dier voorwaarde onmogelijk maakte, wanneer hij mijn zaken in de war stuurde of wanneer hij mij eens den dolk op de borst zette Daarvoor behoeft u niet te vree- zen, antwoordde de justitieraad. Dr. Asmodee heeft zijn eigenaardighe den. zooals elk genie, maar hij is ’n man van eer. En mocht dit niet het geval zijn, wendt u dan tot mij; ik waak over alles. Ik neem genoegen met deze ver klaring, zei ik. Dan verzoek ik u, uw handteeken te plaatsen. Zoo! De wettelijke overdracht en alles wat er bij hoort, zullen we de eerst volgende dagen in orde maken. Zie, de hemel kleurt zich reeds in het oosten, de hanen kraaien, het is morgen. De hanen kraaiden, daar viel het mij in, dat zij de spoken verjagen. Doch de muren van het kasteel wan kelden niet; ik zat in een heerlijken leuningstoel en niet op de harde sofa (G. C. M.—S.) Succespatroon A 667. Prijs 4 cent. Bolero japon van geruite stof, die een effen, gladde blouse met korte moa gedragen wordt. Op deze laatste zijn s pen aangebracht, die correspondeeren A 667. knoopsgaten, die in de bolero zijn aar Alhoewel het kleedingvraagstuk onzer dochters gemakkelijker op te lossen is, dan dat van volwassenen, vereischt het toch menigmaal veel wikken en wegen in de ja- ren, dat zij het meest groeien. Noodig is, dat met dit feit rekening gehouden wordt en naden en zoomen breed genoeg geno men worden om na verloop van tijd uit gelegd te kunnen worden. Een practisch hulpmiddel vinden we thans in de moge lijkheid om twee, zelfs drie verschillende kleuren te combineeren, zoodat van den nood een deugd gemaakt kan worden. Vooral in gezinnen, waar de meisjes niet in elkanders jurken vallen, omdat het verschil van leeftijd te groot is, is deze mo gelijkheid een groote aanwinst te noemen. Indien vroeger een practische moeder mouwen van een andere kleur of van een fantasie-weefse] in een jurk zette, omdat de stof overigens nog goed was kostte het soms veel overreding om deze door haar dochter op school te laten dragen. Meisjes nemen elkanders kleeren al even nauwkeu rig op, als volwassenen dit plegen te doen en zijn o, zoo bang voor spottende opmer kingen van haar klassegenootjes. Ruiten, strepen, moesjes, bloemen en an dere motieven leenen zich uitstekend om als aanvulling aangewend te worden. In dien men punten kan missen maar wie kan dat? dan is het aan te bevelen om iets meer stof te koopen, indien men al thans iets koopt, dat zich minder leent tot combineeren met andere weefsels. De modellen der meisjesjurken worden bij voorkeur uiterst eenvoudig gehouden, zij het dan ook, dat het voorjaar het dragen van sprekende kleuren weer mogelijk maakt. Zoodra de warmere dagen zich mel den, wacht ons een keur van fleurige en kleurige waschbare weefsels, die de lente inluiden en alle sombere gedachten trach ten te verdrijven. Succespatroon A 666. Prijs 40 cent. De lijn der costumemantels is aanmerke lijk langer geworden en kleedt zeer af. Verschillende weefsels wendt men thans meer voor het maken van costumes aan, o.a. kunstzijde, die in een eenigszins zwaar dere uitvoering gekozen dient te worden. Ook grof linnen en shantung leenen zich hiervoor. A 666. De rug bestaat uit twee deelen, tevens ieder voorpand, waardoor het mogelijk is een mooie snit aan dit model te geven. De revers zijn tamelijk breed en kort, zoodat de sluiting uit een lange rij knoopen be staat. Opgestikte zakken. Rok bestaande uit vier klokkende baan tjes. Patronen in de maten 4446 en 48. SLA ZONDER OLIE. De distributie van vetten zal een zuinig gebruik van slaolie noodzakelijk maken. Men kan sla zeer goed aanmaken met een sausje van een goed fijn gewreven warmen aardappel, die vermengd wordt met enkele eetlepels karnemelk, een tikje zout, gehak te ui en peterselie; citroen of azijn naar verkiezing. Aan te bevelen is om de slasaus een uur tje van tevoren gereed te maken en afge dekt te laten staan. De smaak wordt ver hoogd indien men met ’t snijvlak van een pitje knoflook langs de wanden van de slabak wrijft. Voor de kleintjes blijven de jurken, be staande uit een recht pasje en ruim inge haald of gesmockt hangertje. De kleine Pe ter Pan-kraagjes zijn altijd flatteus, ter wijl ook de ruime blousemouwen met rech te manchet steeds aardig kleeden. Dergelijke modellen kunnen meisjes on geveer tot hun achtste jaar dragen, daarna komen de plooirokjes met jumpers en blou ses of jurken met platte plooien over de geheele lengte, waarvan de ruimte om het middel met een ceintuur bijeen gehouden wordt en die aan den hals met een plat boordje en strik afgewerkt zijn. Ook klok- rokjes leenen zich voor grootere meisjes, die evenals de rondom geplooide modellen liefst aan een lijfje van katoen of satinet gezet worden. Wanneer rok en lijfje met groote ctik- steken verbonden worden, kost het niet zooveel moeite om het laatste, indien het vuil is even los te tornen en te wasschen. Modellen van jurken en mantels, die langen tijd op den achtergrond geraakten geven thans weer acte de précense. n.l. het genre matrozenkleeding die men op onze schets ziet aangegeven Links een matro- -enjurk eenigszins anders van uitvoering dan die welke onze dochters vroeger plach ten te dragen maar daarom niet minder flatteus. Het plooirokje is vervangen door een vlot klokkend model, dat uit vier baantjes bestaat en heel wat practischer in het dragen is dan de plooirokjes, die aan houdend geperst moesten worden, wilden de plooien geen protest aanteekenen en het geheel een weinig verzorgden indruk ma ken. Het rechte kieltje, dat b.v. van bleu 'innen gemaakt kan worden, heeft een donkerblauwen kraag met wit band afge zet; dito manchetten worden in den bin nenkant der korte mouwtjes geregen. Kor te mouwen! De tijd om deze te dragen is in aantocht en ontheft vele moeders van de zorg om doorgesleten ellebogen te verstel len, een eindeloos werk, dat veel tijd en hoofdbrekens kost. Niet minder vlot kleedt het ensemble bestaande uit een klokrokje en matrozen manteltje, dat geschikt is voor meisjes van 1014 jaar. Het laatste is gemaakt van sprekend roode wollen stof, terwijl rok en matrozenkraag marineblauw zijn, evenals de muts, die het geheel completeert. (Nadruk verboden). bracht. Recht rokje in Dirndl model, dat ij haalde ruimte aangeeft, die aan een ten band gezet is. Patronen in de maten 4042 en 44. KNIPPATRONEN VAN DEZE MODEIJ zijn verkrijgbaar tegen den aangek orijs bij Het Practisch Modeblad”, u aus 36 Den Haag Betaling steeds vooruit per giro W ■ekening 203203) per postwissel of in zegels, mits deze een waarde hebben D/,. 3 of 7y2 ct.

Kranten Regionaal Archief Tilburg

Baarle-Nassau - Baarl’s Nieuws en Advertentieblad | 1941 | | pagina 4