’QUUipOf J0p 9Q
>G3M yaa aaaNanvM
f
■(SOtfl SI') PWWWF <w -f<un»ttf uva litBaoa.ffg
■uapoq-wa qnj/pv^
Supno/
381
179
178
•pipsodB ‘snqooBf pp
•ra no pSra ‘raoqpsnjg uba BUBipsijqg pp
•pnorajoog uba SJBBpopjBj^ 'HH
BuqBpSupi btjbjy -pj
'SOJBpO^JBUI UO pSuBUI ‘BIjnf -pp
•sajujepiBjY no p^BBiu ‘bpojbSjbj^ ’pp
•ojnBj b snpueani^ pp (-iiia
•oj\r) uoqosuotu OOOf psljds snsop Ag
Supjopug
SupliJA
Supsuipp
STJpUBBJY
Toen Reinhold dien avond volgens gewoonte zijn vriend bezocht,
veinsde hij, niets van ’t voorgevallene te weten, schoon Berndchen
de nar, hem alles had verteld. Hij, Reinhold, stelde weinig vertrou
wen in Volkers beloften.
pqoipsaS pain puujq pooAooz uaop jo pjoiM qoop jbbj^
‘pqoipjOA jopuiui pBM poM oouiJBBp sbm sinq papp
f pjoo uoo uba sjBBq naa para aojAop naop sbm uopj
pjooqoS pain uaop ja pjOM pojpad po zb§ ub^
■pBnpidnq unq para uadoop SuiS puBuioiu jbbj^
‘jBBq JBBUI SBM pSUIM Op) UO UlOpq SBM psajpUI nnpp
snoq uaa ui SniS paq po pua.i uaa do SniS papp
‘snoras uooS po jaip uooS ubb ppoS uljz uaop jbS uojy
•pjooqoS uapaojquBq uba uaop jo pioiM pioou ug
pjoOM p( do jo pqaoq ua poquiM uop jbbu Sui§ uop\r
f psinA ap jooa pqaaj ua qljpioo sbm jopoiuog
f psinpdaS sjaSapipaq joop para uara pjoiM uooj^
•fiqjo uapjoo ap) uojbav pqaoq spai nam spB jbbj^t
f ,(jz uBp> na pooMnp uup uaopBq jaatu Saojpuap^
f paipajq do JBBUi ‘uaop) uapsoq ua uodooq oiq
‘pain sjaraaujB app uba pijp uoipi ui puoA uaj\p
•jaoM Son qoop praoq ‘japaouipoojS uba napijp q
i joojom uoAop paq sbm uooqos ua Sipsnp oog
f ppapjOA uojooq aSiuura paq (jz pjaaq ooz
‘ppopsoS napijp sjapaouipoojS np paq sbm ooz
■puoqoquo neep sbm dBqasljpjud appu ug
puapuoa ua psnjaS sjapaojq qljp oppoop uoj\r
f sneu nap do painsap nauaa para Sijnpopp
‘snoS uaa§ jo pBBJiqip uooS Son uaop puOA uoj\'
W T5
ipnp g5 SBpjapuoQ
ppnp 55 SupsnaoM
!lnf 15
Iltif 05
ap do apqn.ip ‘pin ouojq uoppnS ap do uapqoip ap (jz sappq bujbbq
•ubb afdraBp paq joom qnps ua jb papuBra jnaq opSop ‘do sooj (jz
•uaSinp ui uupd
suo pSip uup ‘do suapoouiJOA (jS pqoM uouoozjoa op pBJUog para n
‘uopopunq uiBBzpuBJ ppiz IjS aviijs soo^\ -uopojqosjOAO pqaq uoom
jazap paduiojf) nop IjS pup ‘uapoA\ Sbui puBtuain ua napjoM puapi
Sipaods |bz Pt 'Jopiq uopnuira aSpuaa ‘nipof up quads ‘nu up
■jfiAv pc uba uapuBq opi ui SpnpqjaM soop|iA\. uaa uup jaara pain
sbm (jq ‘puBpsnaSap uaoS pooq (jjj 'pjooqjooA paq do pBBiuSipuiMp
]9A\. uiaq opuaoz no uouijb jnaq ui piaqjapaap oSprainpsuo paui b(
Sijha waq apqrijf) ua oop qaiz j%bu jaqpo^ Ijz qojp uopaooM eip Ijq
•uooz uljra pB-ua-paaq joom IjS pljz suuqp f Ijz
quads ‘pjountqsoS raazaoq uljra ubb aS pqaq soopapqan.iA patpq
r
mm] op/|X 3P l!n l>W3A Gipuniipaiiiosag
•aam uain raun ‘uftz uoq p( sjb ‘uoouuas ua jop jbbj\[
‘aajA ap sSupnoz sap uaqsira uaaS para sbai uapj
po*) uba sjBBuaip spB sjapsaijd ap apjaa uaj\p
f podsoS apSjpag op para pain jo pjoiM uooj,
daalde het blok sprong uiteen en de stukken vlogen in alle
richtingen.
Nu konden meester en gezellen zich niet inhouden trots het re
glement werd een luid gejubel aangeheven, en zij, wier toorn een
oogenblik geleden door ’t zien van de caricatuur was opgewekt,
kwamen nu Volker de hand drukken en wenschten hem geluk.
Maar niet lang bleef de arbeid onderbrokenVolker wentelde een
nieuw blok ter plaatse en begon het glad te maken. Ook Konrad
hernam zijn werk. Zijn edel hart juichttehij gevoelde zich
overgelukkig.
Eerst toen ’t twaalf uur sloeg en de klokke van St. Jan het nAn-
gelus” luidde, rustten hamer en beitel. De kunstenaars en werklie
den namen hun kapje af, knielden neder en baden het „Ave Maria,”
waarna zij ordelijk de werkplaats verlieten.
Bij den uitgang werden zij opgewacht door Volker, die zich een
oogenblik vroeger verwijderd had.
Vrienden, sprak hij, daar ik mij heden verzoend heb met den-
gene, dien ik vroeger mijn besten vriend mocht noemen, noodig ik
u tegen aanstaanden Zondag uit tot eene bijeenkomst in ons gilde-
huis. Meester Claes heeft verlof daartoe gegeven en mij belooft,
persoonlijk aanwezig te zijn. Bij een heerlijk glas Rüdesheimer zul
len wij daar de verzoening vieren, zooals het leden van ons edel
gilde betaamt. Gij allen zijt hartelijk uitgenoodigd.
Niemand dacht eraan, te weigeren. Een luid „Hoch, hoch werd
ter eere van Konrad en Volker aangeheven maar dezen hadden
zich reeds verwijderd. Arm in arm gingen zij naar Konrads woning.
Daar namen zij afscheid, na elkander nogmaals trouwe vriendschap)
beloofd te hebben.
baar. Wat Berndchen betreft, hij raapte Volkers geldstuk op en
slingerde het verre van zich, met de woorden
«Schurk, trouwlooze, uw geld wil ik niet
„Arme Konrad” mompelde hij nog, „de nar ziet scherper dan gij
Maar Berndchen zal een oog in ’t zeil houden. Reken daarop, Vol
ker
En om zijn beroep) geen oneer aan te doen, hief hij een liedeken
aan. Vischhandelaars en boerinnen kwamen, met hunne koopwaar
beladen, van den Rijn, en allen verwonderden zich over Berndchens
uitgelaten vroolijkheid. Maar hij, de zonderlinge nar, sloeg zingend
en peinzend den weg naar de smidse van Reinhold in.
Intusschen waren Volker en Konrad de werkplaats binnengetre
den aller oogen richtten zich op) de jongelieden. De spanning, die
sedert lang tusschen beiden heerschte, was ruchtbaar geworden
en ’t voorval van gisteren, in verband met Volkers laat verschijnen
in de werkplaats, gaf velen aanleiding tot ’t vermoeden, dat de zoon
der jodin zijne medewerking aan den bouw ging staken. Destegroo-
ter was de verbazing van iedereen, toen Volker toch weêr kwam en
Konrad de hand bood. Men had de jongelieden buiten op ’t domplein
gadegeslaan en dus begrepen, dat zij verzoend waren.
De meesten verheugde zulks want schoon zij den vriendelijken
Konrad beter mochten lijden dan den trotschen Volker, toch be
schouwden ze beiden als kunstenaars van den eersten rang, als de
verdienstelijkste leden van ’t gilde. Anderen daarentegen schud
den het hoofd en wilden niet aan de verzoening gelooven. Twee of
drie gezellen van Volkers partij lachten elkander spottend toe voor
hen spelde die „verzoening” Konrads ongeluk...
Volker was met Konrad naar den „waterspuwer” gegaan, en
meester en gezellen verdrongen zich om hen. Allen herkenden on-
middelijk in de voorstelling een caricatuur van Konrads edel gelaat
en velen hadden vroeger niet erop) gelet, daar ieder met zijn eigen
arbeid genoeg te stellen had. Konrad-zelf werd bleek hij herinner
de zich den vorigen nacht. Doch reeds had Volker den zwaren ha
mer gegrepen en hief hem op. Men week achteruit... De hamer
9£l
!lnf 61
aaip.jBM>| apspuBi i|np qs§bpubb|ai
ppif qg
IHMIcJIVVD ECCX ‘X
HOOG