182 I Toen wierd men niet door bedriegers gepluisd Eenieder was eerlijk en recht voor de vuist Men ging naar den winkel en kocht er op ’t woord En nooit wierd er toen van bankroeten gehoord. Men vond in dien tijd van die afnemers niet, Die koopen en kosten doen, maar op krediet Men-droeg meer katoen dan fluweel en dan zij’ Maar als men iets kocht waren de oorden erbij. Van gaz of petrol werd er toen niet gehoord Men was toen tevreë met een kaars van een oord Het huis was daarmeê wel wat minder verlicht, Maar toch wierd er toen zooveel brand niet gesticht Men vond toen nog geen libiraal of geen geus, Gedurig met eenen Jesuiet op den neus Men leefde lijk broeders gerust en content En alle partijschap was teen onbekend. Toen wierd er niet met de Religie gespot Men eerde de priesters als dienaars van God Men was met geen misken des Zondags te vreê, Maar lof en sermoon, als ’t kon zijn, nam men meè. Zoo was het in grootmoeders tijden gesteld, Zoo heeft zij het menige keeren verteld Hoe lustig en schoon was het leven weleer O tijden van grootmoeder, komt toch nog weer. Men gaf toen zijn geld aan geen dief of geen smous, Het ging op een rent of het ging in een kous Hun intrest was klein en de winst was maar kaal, Maar niemand ging loopen met hun kapitaal. ■Ml e

Kranten Regionaal Archief Tilburg

Baarle-Nassau - Baarl’s Nieuws en Advertentieblad | 1906 | | pagina 6