179
Toen Reinhold dien avond volgens gewoonte zijn vriend bezocht,
veinsde hij, niets van ’t voorgevallene te weten, schoon Berndchen
de nar, hem alles had verteld. Hij, Reinhold, stelde weinig vertrou
wen in Volkers beloften.
daalde het blok sprong uiteen en de stukken vlogen in alle
richtingen.
Nu konden meester en gezellen zich niet inhouden trots het re
glement werd een luid gejubel aangeheven, en zij, wier toorn een
oogenblik geleden door ’t zien van de caricatuur was opgewekt,
kwamen nu Volker de hand drukken en wenschten hem geluk.
Maar niet lang bleef de arbeid onderbroken Volker wentelde een
nieuw blok ter plaatse en begon het glad te maken. Ook Konrad
hernam zijn werk. Zijn edel hart juichttehij gevoelde zich
overgelukkig.
Eerst toen ’t twaalf uur sloeg en de klokke van St. Jan het «An
gelus” luidde, rustten hamer en beitel. De kunstenaars en werklie
den namen hun kapje af, knielden neder en baden het «Ave Maria,”
waarna zij ordelijk de werkplaats verlieten.
Bij den uitgang werden zij opgewacht door Volker, die zich een
oogenblik vroeger verwijderd had.
Vrienden, sprak hij, daar ik mij heden verzoend heb met den-
gene, dien ik vroeger mijn besten vriend mocht noemen, noodig ik
u tegen aanstaanden Zondag uit tot eene bijeenkomst in ons gilde-
huis. Meester Claes heeft verlof daartoe gegeven en mij belooft,
persoonlijk aanwezig te zijn. Bij een heerlijk glas Rüdesheimer zul
len wij daar de verzoening vieren, zooals het leden van ons edel
gilde betaamt. Gij allen zijt hartelijk uitgenoodigd.
Niemand dacht eraan, te weigeren. Een luid «Hoch, hochwerd
ter eere van Konrad en Volker aangeheven maar dezen hadden
zich reeds verwijderd. Arm in arm gingen zij naar Konrads woning.
Daar namen zij afscheid, na elkander nogmaals trouwe vriendschap
beloofd te hebben.